Home NL  |  Contact  |  Boeken  |  Muziek  |  Kunst  |  Film  |  Media  |   Overige  |  Shop

Hoofdstuk 1

Ergens in de open vlakte van Powys, Wales, staat een eeuwenoude megaliet met vreemde tekens. Voor mijn afstudeerproject koos ik deze steen om te onderzoeken. Mijn naam is Nigel Dawson en ik heb de laatste acht jaar archeologie, cultuurhistorische antropologie en dode talen gestudeerd op de universiteit van Cambridge. Ik ben bijna klaar met mijn derde studie, dode talen, en deze steen heeft me de laatste jaren ontzettend gefascineerd. Het kostte me enige moeite, maar uiteindelijk wist ik – via mijn mentor – de universiteit ervan te overtuigen een beetje geld voor mijn project te reserveren. Aangezien de faculteit niet zoveel geld heeft, moest ik ook andere geldstromen aanboren; iemand die me een trustfund kon geven zodat ik meer middelen had voor het onderzoek. Via de universiteit kwam ik in contact met Walter Pollack, een internetondernemer met een uitgesproken interesse in alles dat met oudheid te maken heeft, dus ook de dode talen. Hij heeft in het recente verleden grote sommen geld gedoneerd aan de faculteit, en toen hij hoorde van mijn afstudeerproject werd hij erg geïnteresseerd. Echter, aangezien hij de financier is van mijn project, kreeg hij de controle over de hele operatie rond het object. Hij gelooft zelfs dat het een oude Keltische wijsheid bevat. Er is niet veel bekend over deze oude beschaving, maar het is wel bekend dat zij enkele teksten hebben opgeschreven – in Ogham – op een aantal houtblokken en stenen. De druïden schijnen een soort spirituele leiders te zijn geweest en wilden, volgens de legende, hun lessen niet genoteerd zien. Over het waarom kan men alleen maar raden. Maar er wordt gezegd dat zij zich op deze manier trainden om alles uit het hoofd te leren.

Hoe dan ook, zelfs ik kon het mis hebben met mijn theorie, en daarom moet ik met een open vizier in het avontuur stappen. Meneer Pollack heeft opdracht gegeven een kampement op te zetten, op een paar honderd meter afstand van de schriftsteen, zoals ik het object noem. Dankzij de onbeperkte financiële bronnen heb ik toegang tot de nieuwste van het nieuwste ultramoderne apparatuur. Natuurlijk was het eerste dat ik deed de steen dateren op de geijkte methode, maar dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Ik gebruikte natuurlijk de C14-methode, maar dat bleek geen eenduidig resultaat op te leveren. De steen leek niet te passen in welk bekend tijdperk dan ook, en daarom moesten we andere manieren zien te vinden om erachter te komen uit welke periode het object stamde. Meneer Pollack had een team van experts rondom mij samengesteld uit verschillende vakgebieden, van internetspecialisten tot beveiliging en zelfs een helderziende. Ik was bepaald niet blij met deze helderziende, maar aangezien het niet mijn geld is bepaalt meneer Pollack uit wie het team bestaat. Dankzij zijn computerspecialisten ontdekte ik dat de steen zelfs ouder was dan de Kelten. Hij kon niet door de Picten zijn gemaakt, want die hadden verder noordwaarts geleefd. De Saksen hebben nooit Wales veroverd, en voor zover ik wist was geen enkele andere beschaving daarin geslaagd.

De Romeinen noemden dit gedeelte van het Britse schiereiland Cambria, en bij gebrek aan een betere omschrijving noem ik de beschaving die deze steen gemaakt heeft Cambrianen. Hiermee wil ik echter geen verwarring scheppen met het geologische tijdperk Cambrium, dat op een slordige 500 miljoen jaar geleden is gedateerd. Zoals ik al zei werd de steen gemaakt voordat de Kelten hier leefden, en ik dateerde hem in de Cambrische tijd. Hiermee bedoel ik een tijdperk voordat de Romeinen in het gebied kwamen, dus in de periode tot zo’n tienduizend jaar geleden. Ik moet nog veel meer studie verrichten naar deze beschaving, maar de steen is in ieder geval bewijs dat zij al een soort schrift hadden. Eigenlijk is het verbazingwekkend dat hier een beschaving heeft geleefd, aangezien de Kelten hier vanaf 2000 voor Christus schijnen te hebben gewoond. Een paar jaar geleden had iemand anders al resten gevonden van graven die teruggaan tot wel 2500 voor Christus, maar aangenomen werd dat het om Keltische graven ging. Ik durf te beweren dat die graven eigenlijk Cambrisch van oorsprong waren.

De Cambrische tijd was nog erg in nevelen gehuld. Niet alleen was de steen nog nooit onderzocht, maar niemand had ooit een enkel bewijs gevonden van het bestaan van deze beschaving, laat staan erover geschreven. Sterker nog, het enige bewijs tot nu toe dat de Cambrianen hebben bestaan was deze steen met inscripties. En de steen kon zeker niet Keltisch van oorsprong zijn vanwege de datering. Er waren echter wel overeenkomsten met de granieten steen van de Picten die enkele jaren geleden is gevonden. En om de één of andere vreemde reden doet me ook denken aan de immens lange krijtlijnen in de Nazcavallei, de White Horse en de Kalkman in Engeland, en zelfs de Vallei van de Koningen in Egypte. Al deze structuren hebben tenminste één grote overeenkomst: het mysterie dat eromheen ligt. Maar de krijtlijnen in de Nazcavallei hebben méér gemeen met deze steen. Wanneer die lijnen worden bekeken vanuit de lucht, worden enkele vormen zichtbaar die aan dieren doen denken. Hetzelfde geldt voor deze steen. Toen ik de steen nader ging onderzoeken, ontdekte ik enkele dierenvormen op het oppervlak. Maar dat is nog niet alles. Ik vond ook overeenkomsten met de Pictensteen, vooral de manier waarop het is versierd. Deze versieringen behelzen meer dan slechts eenvoudige tekeningen. Bij nader onderzoek bleek het om een verdwenen schrift te gaan, zowel bij de Pictensteen als deze Cambrische steen. Aangezien de Picten nooit in Wales waren geweest, moesten deze Cambrianen worden gezien als een buurvolk. Ondanks de overeenkomsten met Nazca concentreerde ik me daarom op de relatie tussen de Cambrische steen en de Pictsteen. De vorm van deze steen doet me trouwens denken aan de megalieten in de steencirkel van Stonehenge. Vanuit Amesbury en Avebury kon men wel een denkbeeldige rechte lijn trekken naar de plek waar deze steen staat. Stonehenge werd altijd al gezien als pre-Keltisch. Ik denk dat ik de computernerds ook laat zoeken naar de relatie tussen de twee bouwwerken. Tot nu toe heb ik slechts kleine delen van de inscripties kunnen vertalen. Die delen vertellen over een lange weg of pad, een reiziger, een andere of een nieuwe wereld, een lezer en een beproeving of test. Ik kon er weinig zinvols uit opmaken, maar ik moet een manier zien te vinden om meer inzicht in het geschrift te krijgen, en de nerds hebben nog geen nieuwe informatie kunnen vinden die ik kon gebruiken voor het onderzoek. Meneer Pollack is ervan overtuigd dat alles op de één of andere manier met elkaar verbonden is, dat zelfs de Nazcalijnen een deel van de hele puzzel zijn. Maar ik heb zo mijn twijfels. Hoe kon een mysterie, duizenden kilometers hiervandaan, op de één of andere manier verbonden zijn met juist deze steen? Het antwoord moet hier ergens in Groot-Brittannië te vinden zijn. Er zijn gewoon teveel overeenkomsten met de Pictsteen en Stonehenge. Maar de helderziende vertelde me dat zij een krachtige energie uit de steen voelde komen, en zij had dezelfde energie zowel in Nazca als bij de piramides van Gizeh gevoeld. Omdat ik een man van de wetenschap ben, voelde ik me niet geneigd om zulke verhalen te geloven, maar meneer Pollack maakte me duidelijk dat Natalie, de helderziende, een onberispelijke staat van dienst had, en zelfs haar theorieën kon bewijzen. Ik moet daarom in overweging nemen dat dit veel verder reikt dan alleen het Britse schiereiland. Daarom nemen de nerds ook die bouwwerken mee in hun onderzoek.

 

Geef een reactie