Home NL  |  Contact  |  Boeken  |  Muziek  |  Kunst  |  Film  |  Media  |   Overige  |  Shop

Hoofdstuk 1

De regen kletterde onophoudelijk als een muur van water tegen het raam van de slaapkamer. De wind gierde als bezeten door de kieren en maakte me wakker. Het was half zes en de sombere ochtend was duister. Doorgaans vertoonde een ochtend in juni rond deze tijd al de eerste voorzichtige zonnestralen, maar de aanhoudende regen van de laatste paar dagen gaf deze keer het gevoel dat het herfst was. De laatste jaren was het klimaat drastisch veranderd, en vooral de junimaand was bijzonder nat en guur geworden. Geen vrolijke voorjaarszon, geen kwetterende merels en mussen. De buitentemperatuur haalde het maandelijkse gemiddelde door de regen behoorlijk omlaag. Alleen de jonge scheuten aan de bomen en het jonge gras maakten duidelijk dat het weldra zomer zou worden. De wind en regen hielden me uit mijn slaap, maar ik draaide me nog eens om en doe verwoede pogingen om me door mijn dromerige gedachten mee te laten slepen naar aangenamere oorden. Ik hoefde deze ochtend niet vroeg mijn bed uit, en wou zo lang mogelijk blijven liggen in de aangename warmte onder de dekens. Laat in de middag had ik pas een afspraak met mijn zaakwaarnemer. Voor de rest was mijn agenda vandaag leeg. Ik wan heel laat naar bed gegaan; tot laat in de nacht had ik gewerkt aan een mysteryverhaal. Dat deed ik wel vaker, tot diep in de kleine uurtjes achter mijn computer zitten om te schrijven. De afgelopen nacht had ik het half drie zien worden toen ik besloot dat het tijd was om mijn nest op te zoeken. Ook al kon ik nog uren blijven schrijven, ik vond het welletjes. Een half uur eerder was het zachtjes gaan regenen. En nu, drie uur later, hield de tot storm aangezwollen regen mij uit mijn slaap.

Daarom stond ik toch maar weer op en zette een verse kan koffie. In het duister liep ik naar mijn studeerkamer, maakte de bureaulamp aan en startte de computer op. Als ik niet kon slapen, dan maar weer verdergaan aan een verhaal. Ik had nog geen flauw idee waarover ik zou schrijven, maar als ik begon met het vertalen van een van mijn verhalen kwam de inspiratie vanzelf wel. Ik koos een verhaal uit dat al geruime tijd klaarstond om vertaald te worden. Ik prefereerde mijn eigen vertalingen boven die van een vertaalbureau. Na ongeveer anderhalve pagina vertaald te hebben kwam de inspiratie alweer bovendrijven. Of eigenlijk, de herinneringen aan Mexico. Ik was daar een aantal malen op vakantie geweest, en daar ook een Mexicaanse schone leren kennen, Natasha. Uiteindelijk was ik daar ook gaan wonen, al duurde dat niet lang. Dat kwam niet door heimwee, maar doordat zij een eind aan de relatie had gemaakt. In de tussentijd had ik er veel interessante mensen leren kennen, waaronder haar familie.

Ongeveer drie jaar geleden was ik weer teruggekeerd naar Nederland, om opnieuw een bestaan op te bouwen. Ik had bij mijn vertrek naar Mexico alle schepen achter me verbrand, en had daarom helemaal opnieuw moeten beginnen bij mij terugkeer. Maar dat was niet zo erg. Achteraf was ik er wel blij mee. Ik had immers geen overtollige ballast meer. In die drie jaar tijd had ik alles wat ik me kon wensen bij elkaar gespaard. En alles wat ik niet nodig achtte liet ik achterwege. Dat betekende concreet dat ik geen abonnementen meer had, geen televisieaansluiting – hoe meer zenders je kon ontvangen, hoe minder interessants erop kwam – maar wel een toestel om films te kunnen kijken, geen magnetron meer, wifi uitgeschakeld, geen iPhone, iPad of laptop maar een desktopcomputer en een eenvoudig mobieltje. Ik had zelfs geen stofzuiger meer, maar ook dat was niet erg. Op de vloer lag erg dik zeil dat ik makkelijk kon schoonmaken. Even met de bezem eroverheen en daarna dweilen, dat werkte goed.

Het was echter niet zo makkelijk als ik nu vertel, dat terugkomen naar Nederland. Ik moest me weer inschrijven bij de gemeente waar ik altijd gewoond had, en aangezien ik zelf geen woonruimte meer had verbleef ik de eerste paar maanden bij familie waar ik dan ook ingeschreven stond in het burgerregister. Ik leefde in die tijd van de karige uitkering die ik van de Sociale Dienst kreeg. Aangezien ik inwonend was kreeg ik maar een paar honderd euro per maand, net genoeg om mijn eigen rekeningen van te betalen en een klein beetje opzij te zetten voor als ik later een woning voor mezelf zou krijgen. Erg spannend was die tijd niet. Het ging meer om het overleven dan om een leven opnieuw opbouwen. Behalve het verplichte solliciteren vulde ik mijn tijd met bezoekjes afleggen bij vrienden en schrijven aan mijn verhalen. Want verhalen verzinnen, dat kon ik wel. Dat had een docent mij kort na mijn terugkeer nog gezegd toen ik hem tegenkwam bij de plaatselijke snackbar.

Jij kon vroeger al goed vertellen,” wist hij mij te vertellen. “Ik vind het niet zo raar dat je uiteindelijk bent gaan schrijven. Wel had ik al veel eerder je eerste boek verwacht.”

Dat was een aardige opsteker. En nu ik eraan terugdenk, bij een andere school had een leraar Nederlands mij ook al verteld dat ik vooral moest blijven schrijven. Die opmerking had deze leraar gemaakt nadat ik mijn opstel had ingeleverd over een vastgesteld onderwerp.

Nu was ik dan eindelijk schrijver geworden, al ging dat niet van een leien dakje. Mijn eerste verhalen werden keer op keer afgewezen. Maar dat gebeurde bij wel meer beginnende schrijvers. Zelfs de verhalen van Stephen King werden eerst dertien keer afgewezen voordat hij een uitgever had gevonden die brood zag in zijn verhalen. Ik bevond mij dus in goed gezelschap. Ondertussen bleef ik mijn leven opnieuw vormgeven. Beetje bij beetje wist ik het een en ander aan huisraad bij elkaar te bedelen. Een kastje hier, een bed daar, en een eethoek op weer een andere plaats. Alles werd voorlopig bij een bekende in de kelder gestald, in afwachting van mijn eigen woning. Die kreeg ik gelukkig anderhalf jaar later. Hoewel ik verheugd was dat mijn familie mij opving bij mijn terugkomst was ik dolblij dat ik weer een eigen stekkie had. Ik kon eindelijk weer mijn eigen leven indelen zoals ik dat zelf wou. Niet dat ik daar geen ruimte voor had bij mijn familie, maar daar voelde ik mij toch enigszins beperkt in mijn bewegingsvrijheid.

Geef een reactie