Jazz in De Klep

Maandagavond in café De Klep. De hele dag was het stralend weer; De Bilt had de eerste officiële zomerdsg van het jaar genoteerd. Het was een heerlijke warme dag geweest, en het terras van het café was aardig gevuld in de vroege avond. Hier en daar zaten mensen die ik kende, sommigen bij naam en anderen alleen van gezicht. Zoals elke tweede maadag van de maand was ook vanavond weer jaZz in De Klep. Ik zag al twee mensen die normaal gesproken niet in het café te vinden waren al op het terras zitten. Aangezien het terras al aardig vol zat, besloot ik het café binnen te gaan. Binnen was het uitgestorven; iedereen zat buiten. Ik ging aan de bar zitten en bestelde het gerstenat dat ik altijd dronk in de Klep, een Venloos Paeterke Döbbel. Terwijl ik tussen de bestellingen door met eigenaar Louis praatte, ving ik de eerste klanken op van de muziek buiten op het terras. Ik besloot om toch maar even buiten te gaan zitten en te genieten van de live-muziek. Er werd geopend met een redelijk standaard stukje jazz, om in de sfeer te komen. Ik ging zitten aan een hoge tafel aan de muur tegen de Dominicankapel aan, zodat ik kon schrijven terwijl ik naar de muziek luisterde.

Na het eerste nummer begon Mike Roelofs een psychedelische weg in te slaan. Het deed me denken aan de lange intro’s van Pink Floyd. Na een paar minuten vielen drummer Patrick Dorcean en basist Reggie Washington in, heel rustig. Het geluid kabbelde heerlijk voort. Gaandeweg zwelde het volume echter aan, met een overgang naar wat steviger muziek. Nog steeds deed het me denken aan Pink Floyd; het aanzwellen, de overgangen en ook de afsluiting. Geweldige zomeravondmuziek, om bij weg te dromen.

Het werd tijd voor een funkier nummer. Washington zette in met een lekkere riff. Daarna vielen Roelofs en Dorcean in. Het swingde de pan uit. Het publiek genoot zichtbaar. Tussendoor liet de klok van de kapel zich even horen, maar het leek alsof dat erbij hoorde. Helemaal op maat sloeg de klok negen uur. De muziek vloeide over naar een meer mainstream geluid, oorstrelend. Het Kloosterkwartier was voor even het Land van Melk en Honing.

Ik bestelde mijn tweede Paeterke. Eigenlijk wou ik na één consumptie weer naar huis gaan , maar ik werd gevangen door het samenspel van de drie muzikanten. Dorcean begon het volgende nummer dat me deed denken aan een liedje van Seal. Zulk een heerlijk ritme. Even later volgde een overgang naar een meer geïmprovisserd gedeelte. Ook dat klonk lekker. Ik voelde me bijna schuldig dat ik naar het toilet moest, maar ik kon het niet langer ophouden. Terug van de sanitaire stop ging ik weer aan de hoge tafel aan de muur ziten, verder genietend van het uitmuntende trio. Wat een rasartiesten waren dit. Aan het einde van het nummer hoorde ik een vogel zijn kroost roepen; tijd om te gaan slapen. Het leek alsof het gesjirp perfect bij het nummer hoorde. Een man met dagbaard kwam aan de tafel tegenover mij zitten. Terwijl hij een sigaar opstak, klonken juist de laatste tonen van het eerste gedeelte. Het trio gelaste even een pauze in, zodat Washington een beetje aan zijn instrument kon sleutelen en de drie even konden genieten van een versnapering.

Langzaam was de duisternis gevallen en werd het tijd voor het tweede gedeelte. De klok van de Dominicanenkapel sloeg half tien en de temperatuur op het terras was nog steeds heel aangenaam. Ik vond het tijd om huiswaarts te keren, op zoek naar mijn computer. Ik wilde verder gaan met schrijven, omdat ik nog heel wat pagina’s te vullen had. Ik was juist een paar dagen geleden begonnen met een nieuw verhaal, waarvan ik intussen al een aantal pagina’s geschreven had. Terwijl ik opstond begon het trio aan de tweede sessie. Ik liet het terras voor wat het was, een goed gevuld stukje nostalgie in het Kloosterkwartier met live-muziek van drie geweldige jazzmusici. Onderweg werd ik begeleid van het gezang van vogels die gingsen slapen, terwijl de sfeervolle muziek op het terras van De Klep langzaam wegstierf.

Geef een reactie